1. Gebleven
  2. Twee groepen
  3. Lapwerk
  4. Wachtkamer
  5. Rode loper en champagne
  6. Niet meer welkom
  7. Gekidnapt
  8. Investeer in mensen
Sanne Terlingen

Overvol kamp of gammel bootje?

Opvang in de regio dé oplossing voor het bootvluchtelingenprobleem? Was 't maar zo simpel.

Overvol kamp of gammel bootje?
Opvang in de regio dé oplossing voor het bootvluchtelingenprobleem? Was 't maar zo simpel.

  “Zeg, was je niet liever in Sudan gebleven?” Dat vraag ik via de chat aan Omer, een Eritrese jongen die vorig jaar de reis naar Europa maakte. Onderweg verbleef hij enkele maanden in vluchtelingenkamp Kassala in Sudan. Twee maanden geleden kreeg hij asiel in Denemarken. Hij begrijpt mijn vraag niet, dus stel ik ’m opnieuw, in een andere vorm. “Waarom ben je weggegaan uit Sudan?” “Sudan is alleen goed voor Sudanezen”, zegt Omer. “Er zijn geen mensenrechten. Het is er niet veilig. Sudanezen vallen ons aan en schelden ons uit als we werk proberen te doen.” Ik probeer het nog een keer: “Als daar nou een mooier opvangkamp was geweest, was je dan gebleven?” Omer: “Ik heb je toch verteld over de maffia die Eritreeërs kidnapt en martelt in de Sinaïwoestijn?”

Het is eind maart. Reden voor mijn gesprek met Omer is de net verschenen VVD-migratienota De (buiten)grenzen van Europa. Daarin pleit de partij voor opvang van vluchtelingen ‘in de regio’, een synoniem voor ‘in buurlanden van conflictgebieden’. Of beter: niet in Europa. ‘Wanneer mensen worden opgevangen dicht bij het land dat zij ontvluchten, kunnen zij sneller terugkeren als het daar weer veilig is’, zo stelt de VVD. ‘Zij kunnen zich in een land in de eigen regio gemakkelijker aanpassen aan de sociale en culturele omstandigheden dan in een (westers) land met een ander ontwikkelingsniveau. Zij zullen dus beter kunnen integreren in het geval dat de opvang langer moet duren.’ De migratienota opent met het verhaal van Samia, een Somalische atlete die tijdens het oversteken van de Middellandse Zee verdronken is. Als Samia een alternatief had gehad, dan had zij die gevaarlijke reis niet gemaakt, concludeert de VVD.

In april verdronken meer dan duizend bootvluchtelingen bij pogingen om Europa te bereiken. De discussie is actueler dan ooit. Maar is investeren in opvang in de regio echt dé oplossing voor alle problemen?

 

  “Zeg, was je niet liever in Sudan gebleven?” Dat vraag ik via de chat aan Omer, een Eritrese jongen die vorig jaar de reis naar Europa maakte. Onderweg verbleef hij enkele maanden in vluchtelingenkamp Kassala in Sudan. Twee maanden geleden kreeg hij asiel in Denemarken. Hij begrijpt mijn vraag niet, dus stel ik ’m opnieuw, in een andere vorm. “Waarom ben je weggegaan uit Sudan?” “Sudan is alleen goed voor Sudanezen”, zegt Omer. “Er zijn geen mensenrechten. Het is er niet veilig. Sudanezen vallen ons aan en schelden ons uit als we werk proberen te doen.” Ik probeer het nog een keer: “Als daar nou een mooier opvangkamp was geweest, was je dan gebleven?” Omer: “Ik heb je toch verteld over de maffia die Eritreeërs kidnapt en martelt in de Sinaïwoestijn?”

Het is eind maart. Reden voor mijn gesprek met Omer is de net verschenen VVD-migratienota De (buiten)grenzen van Europa. Daarin pleit de partij voor opvang van vluchtelingen ‘in de regio’, een synoniem voor ‘in buurlanden van conflictgebieden’. Of beter: niet in Europa. ‘Wanneer mensen worden opgevangen dicht bij het land dat zij ontvluchten, kunnen zij sneller terugkeren als het daar weer veilig is’, zo stelt de VVD. ‘Zij kunnen zich in een land in de eigen regio gemakkelijker aanpassen aan de sociale en culturele omstandigheden dan in een (westers) land met een ander ontwikkelingsniveau. Zij zullen dus beter kunnen integreren in het geval dat de opvang langer moet duren.’ De migratienota opent met het verhaal van Samia, een Somalische atlete die tijdens het oversteken van de Middellandse Zee verdronken is. Als Samia een alternatief had gehad, dan had zij die gevaarlijke reis niet gemaakt, concludeert de VVD.

In april verdronken meer dan duizend bootvluchtelingen bij pogingen om Europa te bereiken. De discussie is actueler dan ooit. Maar is investeren in opvang in de regio echt dé oplossing voor alle problemen?

 

  “Zeg, was je niet liever in Sudan gebleven?” Dat vraag ik via de chat aan Omer, een Eritrese jongen die vorig jaar de reis naar Europa maakte. Onderweg verbleef hij enkele maanden in vluchtelingenkamp Kassala in Sudan. Twee maanden geleden kreeg hij asiel in Denemarken. Hij begrijpt mijn vraag niet, dus stel ik ’m opnieuw, in een andere vorm. “Waarom ben je weggegaan uit Sudan?” “Sudan is alleen goed voor Sudanezen”, zegt Omer. “Er zijn geen mensenrechten. Het is er niet veilig. Sudanezen vallen ons aan en schelden ons uit als we werk proberen te doen.” Ik probeer het nog een keer: “Als daar nou een mooier opvangkamp was geweest, was je dan gebleven?” Omer: “Ik heb je toch verteld over de maffia die Eritreeërs kidnapt en martelt in de Sinaïwoestijn?”

Het is eind maart. Reden voor mijn gesprek met Omer is de net verschenen VVD-migratienota De (buiten)grenzen van Europa. Daarin pleit de partij voor opvang van vluchtelingen ‘in de regio’, een synoniem voor ‘in buurlanden van conflictgebieden’. Of beter: niet in Europa. ‘Wanneer mensen worden opgevangen dicht bij het land dat zij ontvluchten, kunnen zij sneller terugkeren als het daar weer veilig is’, zo stelt de VVD. ‘Zij kunnen zich in een land in de eigen regio gemakkelijker aanpassen aan de sociale en culturele omstandigheden dan in een (westers) land met een ander ontwikkelingsniveau. Zij zullen dus beter kunnen integreren in het geval dat de opvang langer moet duren.’ De migratienota opent met het verhaal van Samia, een Somalische atlete die tijdens het oversteken van de Middellandse Zee verdronken is. Als Samia een alternatief had gehad, dan had zij die gevaarlijke reis niet gemaakt, concludeert de VVD.

In april verdronken meer dan duizend bootvluchtelingen bij pogingen om Europa te bereiken. De discussie is actueler dan ooit. Maar is investeren in opvang in de regio echt dé oplossing voor alle problemen?

 

  “Zeg, was je niet liever in Sudan gebleven?” Dat vraag ik via de chat aan Omer, een Eritrese jongen die vorig jaar de reis naar Europa maakte. Onderweg verbleef hij enkele maanden in vluchtelingenkamp Kassala in Sudan. Twee maanden geleden kreeg hij asiel in Denemarken. Hij begrijpt mijn vraag niet, dus stel ik ’m opnieuw, in een andere vorm. “Waarom ben je weggegaan uit Sudan?” “Sudan is alleen goed voor Sudanezen”, zegt Omer. “Er zijn geen mensenrechten. Het is er niet veilig. Sudanezen vallen ons aan en schelden ons uit als we werk proberen te doen.” Ik probeer het nog een keer: “Als daar nou een mooier opvangkamp was geweest, was je dan gebleven?” Omer: “Ik heb je toch verteld over de maffia die Eritreeërs kidnapt en martelt in de Sinaïwoestijn?”

Het is eind maart. Reden voor mijn gesprek met Omer is de net verschenen VVD-migratienota De (buiten)grenzen van Europa. Daarin pleit de partij voor opvang van vluchtelingen ‘in de regio’, een synoniem voor ‘in buurlanden van conflictgebieden’. Of beter: niet in Europa. ‘Wanneer mensen worden opgevangen dicht bij het land dat zij ontvluchten, kunnen zij sneller terugkeren als het daar weer veilig is’, zo stelt de VVD. ‘Zij kunnen zich in een land in de eigen regio gemakkelijker aanpassen aan de sociale en culturele omstandigheden dan in een (westers) land met een ander ontwikkelingsniveau. Zij zullen dus beter kunnen integreren in het geval dat de opvang langer moet duren.’ De migratienota opent met het verhaal van Samia, een Somalische atlete die tijdens het oversteken van de Middellandse Zee verdronken is. Als Samia een alternatief had gehad, dan had zij die gevaarlijke reis niet gemaakt, concludeert de VVD.

In april verdronken meer dan duizend bootvluchtelingen bij pogingen om Europa te bereiken. De discussie is actueler dan ooit. Maar is investeren in opvang in de regio echt dé oplossing voor alle problemen?

 
Twee groepen

Om die vraag te beantwoorden moeten we eerst weten wie er eigenlijk op een bootje naar Europa stappen. “De mensen zijn grofweg te verdelen in twee groepen”, zegt Tineke Ceelen, directeur van Stichting Vluchteling. De eerste groep, dat zijn de vluchtelingen uit onder meer Syrië (31 procent van de aankomsten in 2014, aldus UNHCR) en Eritrea (18 procent). Europa erkent dat zij alle reden hebben om te vluchten: een overgrote meerderheid krijgt asiel.

“De tweede groep, dat zijn de jonge jongens uit West-Afrika”, zegt Ceelen. “Een generatie die weinig hoop heeft, waarvan de familie geld bij elkaar legt om hen op weg te helpen. Zij dromen van gouden bergen, maar vluchten nergens voor.” Die groep houd je dus niet tegen door te investeren in opvang in de regio. “Hoe wel? Door te zorgen dat ze thuis een toekomst hebben, maar dat lukt niet op de korte termijn”, zegt Ceelen. 

Het schip Gregoretti, waarmee de Italiaanse kustwacht meer dan 1.000 vluchtelingen en migranten mee heeft gered van de Middellandse Zee, komt in de Siciliaanse hoofdstad Palermo.
Geredde vluchtelingen en migranten staan in de rij om van het schip van de Italiaanse kustwacht af te gaan.
Een vrouw met ernstige brandwonden in haar gezicht wordt in Lampedusa van een Italiaans kustwachtschip geholpen.

Opvang in de regio zou dus alleen een oplossing zijn voor de eerste groep bootvluchtelingen. Maar als we naar de cijfers kijken, blijkt dat het merendeel van die vluchtelingen al in buurlanden wordt gehuisvest. Bijna 4 miljoen Syriërs zijn hun land ontvlucht. Meer dan 90 procent bleef in de regio. In een heel jaar vroegen 119.000 Syriërs asiel aan in een Europees land. Van de vluchtelingen uit andere conflictgebieden, zoals Afghanistan, Eritrea, Somalië en Zuid-Sudan, bleef meer dan 80 procent dicht bij huis. 

Lapwerk

Het idee om vluchtelingen in de regio op te vangen is niet nieuw. In Nederland werd het idee bijvoorbeeld geopperd door D66 (in 2000). Ook de Britse premier Tony Blair pleitte voor regionale opvang. In 2010 verdiepte de Adviescommissie Vreemdelingen zich op verzoek van toenmalig minister Leers in de mogelijkheden voor regionale opvang en het aldaar aanvragen van asiel. Voorafgaand aan de publicatie van de VVD-migratienota zei toenmalig staatssecretaris Fred Teeven tegen nieuwssite Nu.nl: ‘Je moet de opvang in landen van herkomst beter organiseren. Als je die tentjes ziet in Libanon, dan snap ik wel dat ze (Syrische vluchtelingen, red.) daar met tien graden onder nul niet blijven zitten als de tent in elkaar zakt door de sneeuw.’

Maar keer op keer wordt geoordeeld dat volledige opvang in de regio niet voldoet, en veelal in strijd is met door Europa ondertekende mensenrechtenverdragen. “Dat weet de VVD ook”, meent Leo Lucassen, directeur onderzoek van het Internationaal instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) en hoogleraar migratiegeschiedenis in Leiden. Lapwerk, zo noemt Lucassen het oppoetsen van opvangmogelijkheden in de regio. “Het neemt de basisoorzaak waarom mensen naar Europa proberen te komen niet weg.”

Wachtkamer

“Mensen vluchten uit hun eigen land naar de dichtstbijzijnde veilige plek”, zegt Conor Philips van International Rescue Committee IRC, de partne

rorganisatie van Ceelens Stichting Vluchteling. Als landdirecteur Kenia is Philips onder andere verantwoordelijk voor de IRC-programma’s in opvangkamp Kakuma (waar vooral Zuid-Sudanezen gehuisvest zijn) en voor het grootste vluchtelingenkamp ter wereld: Dadaab. “Officieel leven in Dadaab 350.000 mensen (meer dan in Utrecht, red.). Maar we denken dat het er veel meer zijn. Het grootste deel komt uit Somalië.”“Als je een eigen huis in zonnig Syrië bezit, of als je hele familie in een dorp in Somalië woont, dan hoop je dat je daarnaar terug kunt”, zegt Gerry Simpson, vluchtelingenonderzoeker bij Human Rights Watch. “Je droomt niet van een asielzoekerscentrum of een sociale huurwoning in koud Noorwegen, donker Engeland of regenachtig Finland.” Mensen blijven het liefst dicht bij huis waar ze het weer, de taal, het eten en de omgangsvormen kennen, concludeert hij. “Stel je voor dat jij zelf moet vluchten, dan ga je toch ook liever naar Duitsland of België dan naar Turkije of Zuid-Afrika?”

Het probleem is dat er in de regio weliswaar basisvoorzieningen zijn, maar geen toekomstkansen, zegt Philips van IRC. “Er is geen hoger onderwijs, er zijn geen legale banen. De Keniaanse overheid staat het niet toe dat vluchtelingen toetreden tot de arbeidsmarkt.” Het merendeel van de vluchtelingen heeft geen uitzicht op het Keniaanse staatsburgerschap. In ‘kamp 1’ van Dadaab, het eerst gestichte deel van het kamp, zijn de tenten inmiddels vervangen door lemen hutjes. Sommige gezinnen leven er al meer dan twintig jaar.

“Dadaab is één grote wachtkamer”, vindt Tineke Ceelen. Ze memoreert een bezoek aan Kenia’s andere grote vluchtelingenkamp, Kakuma. “Ik was daar omdat er nieuwe vluchtelingen aankwamen waarvoor nieuwe tenten werden neergezet. The ovens, werden ze gedoopt. Het was niet te harden, zo heet. Het gebied zal vol slangen en schorpioenen. Toen ik in gesprek was met de nieuwkomers, kwam er plots een man uit Burundi bijstaan met zijn 12-jarige zoontje. Hij begon voor ons te tolken. Sprak Engels, Frans, lokale talen… Na een paar uur werken zag ik hem en zijn zoontje weglopen over de vlakte. Twee paar gebogen schouders. Het zag er zo triest uit dat ik ze achterna ging om ze nog eens te bedanken voor de hulp. Toen zei de man: ‘Ik had net zo goed dood kunnen zijn. We zijn levende doden hier.’ En dat is dan een slimme man die zo veel talen spreekt. Het leven biedt hem en zijn zoon helemaal niets.”

Rode loper en champagne

Hoe langer een crisis duurt, hoe minder geld er wordt gedoneerd voor de opvang van vluchtelingen. “Er zijn zoveel crises in de wereld, we hebben niet genoeg funding om alles te bolwerken”, laat een woordvoerder weten namens UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties.

In vluchtelingenkamp Dadaab zijn te weinig dokters, verplegers en voedingsdeskundigen, aldus Conor Philips. “Volgens de Sphere-standaard (voor minimale humanitaire hulp, red.) mogen zij maximaal vijftig patiënten per dag behandelden. Het zijn er meer dan negentig. En dan heb ik het alleen over het geld dat besteed kan worden aan medische hulp, en nog niet over het budget dat nodig is voor andere basisfaciliteiten zoals huisvesting, onderwijs, bescherming…”

Philips’ collega Jack Byrne, Syrian response director voor IRC en gehuisvest in Jordanië waar meer dan 600.000 Syriërs worden opgevangen, vertelt een soortgelijk verhaal. “Mensen arriveren met enkel de kleren die ze aanhebben. We regelen eten en opvang, maar nu de oorlog meer dan vier jaar duurt storten steeds minder mensen geld, terwijl de vluchtelingen blijven komen. Met elke maand die voorbij gaat, verdwijnt de hoop.”

Er is geen uitzicht op het einde van het geweld. Dat zien de vluchtelingen ook, aldus Tineke Ceelen. De buurlanden zijn vol. In Libanon, waar ongeveer 5 miljoen mensen wonen, worden een miljoen Syriërs opgevangen. “Mensen wonen in versleten, vaak zelfgebouwde tenten waar de regen en de wind doorheen komen. In open gebouwen, transformatorhuisjes, onder viaducten. Als kinderen al naar school gaan, dan gaan ze naar basisscholen met overvolle klassen. Middelbare scholen zijn er niet.” Vind je het gek dat ze op gegeven moment naar Europa trekken?, vraagt Ceelen. “Dat is niet vanwege de pull – ze verwachten hier echt niet onthaald te worden met een rode loper en champagne. Het is enkel push! Elk kleine beetje uitzicht is voldoende.”

Niet meer welkom

Dan is er nog een probleem. Waar Syrische vluchtelingen aanvankelijk warm werden ontvangen, is de gastvrijheid van de buurlanden inmiddels tanende, zegt Ceelen. “Locals merken dat de huizenprijzen stijgen, en de lonen dalen. Vluchtelingen nemen alle (zwarte) baantjes aan die ze kunnen krijgen. Ze klagen niet over hun lage salaris of over te weinig vakantiedagen.”

Buurlanden van Syrië maken het voor Syriërs steeds lastiger om de grens over te komen. “Libanon verlangt nu een visa-fee van 200 dollar. Wie dat niet kan betalen komt niet binnen”, zegt Byrne namens IRC. “De grens tussen Syrië en Jordanië is grotendeels gesloten. Jordanië wil dat de internationale gemeenschap geld stuurt om ook de kwetsbare Jordaniërs te helpen. Het zijn de Syriërs uit high impact-gebieden als Aleppo die direct uit Syrië naar Europa vluchten. Als zij thuisblijven gaan ze dood. En ze kunnen nergens anders meer heen.”

In Kenia kondigde de regering aan kamp Dadaab te willen sluiten. Dit gebeurde na een aanslag van de Somalische terreurorganisatie Al-Shabaab in Garissa, waarbij zij 147 studenten vermoordden. Kenia wenst dat de Somalische vluchtelingen in Dadaab teruggaan naar hun eigen land. “Inmiddels lijkt de Keniaanse overheid milder”, aldus Philips van IRC. “Toch zorgen dergelijke uitspraken bij veel onrust onder de bewoners.” 

Syrische vluchteling Aziza Khalil al Issa staat met haar drie kinderen in een ondergelopen tent in Libanese Bekaa vallei.
Syrische vluchtelingen halen de sneeuw van hun tenten in een officieus kamp in de Bekaa Vallei, Libanon. Een winterstorm bracht sneeuw en zware omstandigheden naar de miljoenen vluchtelingen in de vallei in januari 2015.
Syrische vluchtelingen leven in de restanten van een verlaten uienfabriek in Faida, in de Bekaa Vallei in Libanon.
Gekidnapt

Asieladvocaat Neal Blomjous, werkzaam voor Hamerslag & Van Haren advocaten in Amsterdam, merkt ook dat veel vluchtelingen de Middellandse Zee oversteken omdat zij dichter bij huis niet welkom of niet veilig zijn. “Ze worden uitgerookt.” Hij vertelt over een stateloze vrouw die het ene na het andere land in het Midden-Oosten werd uitgezet, en die nu uit Saudi-Arabië moet vertrekken, na eerder al uit Koeweit (eerste Golfoorlog), Irak (tweede Golfoorlog) en Jemen (huidige conflict) te zijn weggestuurd. “Waar moet zo’n vrouw dan nog heen? De kans dat iemand die overal wordt weggebonjourd uiteindelijk op een bootje naar Europa stapt, is heel groot.”

Een andere cliënt van Blomjous is de 23-jarige Yonas uit Eritrea. Hij zocht aanvankelijk opvang in de regio, in kamp Adi Harish in Ethiopië. Bij de Nederlandse ambassade in hoofdstad Addis Abeba vroeg hij om hereniging met zijn vader in Nederland. Maar onderweg van het vluchtelingenkamp naar Addis hij samen met enkele andere Eritreeërs ontvoerd en overgebracht naar een kamp in de Sahara. Nadat zijn vader losgeld betaalde, lieten de kidnappers hem vrij in Libië. Daar blijven was geen optie, en dus waagde Yonas de oversteek.­­

Investeer in mensen

Lossen we de problemen van Yonas en anderen op door extra geld te investeren in de opvang van vluchtelingen in de regio? “Alsjeblieft, probeer dat niet”, reageert de Keniaanse onderzoeksjournalist Kassim Mohamed. Veel buurlanden van conflictgebieden hebben zelf hun zaakjes niet op orde, zegt hij. “Kenia is corrupt. Overal zijn mensen die vinden dat ze zelf meer nodig hebben. Stuur je geld, dan maak je vast mensen blij. Maar ik betwijfel of het de vluchtelingen zijn die je er een toekomstperspectief mee biedt…”

“Elke vluchteling heeft een eigen reden om te vluchten”, zegt Simpson van Human Rights Watch. “Hoe kun je dan denken dat er één oplossing is? Europa zou kunnen beginnen met het verstrekken van meer ontwikkelingshulp. Ja, je leest het goed. Ontwikkelingshulp, niet noodhulp. Mensen die de kans krijgen om zich te ontwikkelen, zullen veel minder snel naar Europa trekken.”

Alle geïnterviewden – van hulporganisaties en vluchtelingen tot hoogleraar Leo Lucassen -  zijn het erover eens dat het bieden van toekomstsperspectief de crux is. “En dat doe je door het opzetten en benutten van menselijk kapitaal”, reflecteert Lucassen. Veel vluchtelingen zijn goed geschoold of ze willen graag leren. Ze moeten meer mogelijkheden krijgen om een bijdrage blijven leveren aan de maatschappij. “Iets wat juist in de regio vaak niet lukt.” Lucassen pleit ervoor om méér migranten toe te laten tot Europa. “Naast de crises is het vooral ons restrictieve beleid dat heeft geleid tot deze excessen. Doordat het lastiger is om Europa binnen te komen, moeten mensen meer geld betalen (aan smokkelaars, red.) en meer risico’s nemen. Wie zoveel moeite doet, die gaat niet meer weg, ook niet als daar rationeel gezien goede redenen voor zouden zijn. Als we het makkelijker maken om Europa binnen te komen, dan gaan mensen ook makkelijker weer terug. De meeste migranten zijn jonge mannen: die willen werken (en premies betalen!) en zijn over het algemeen weinig ziek.”

“Waar zou je het liefste willen wonen?” Ik leg de vraag nog een keer voor aan mijn Eritrese Facebookvriend Omer. “Ik wil in Denemarken blijven”, schrijft hij. “Hier kan ik straks werken.”

Tekst: Sanne Terlingen

Visualisaties: Bouwe van der Molen

Data: Winny de Jong

Foto's: UNHCR