1. Slangen
  2. Intro
  3. Abrikozenwodka van het huis
  4. Op zoek naar het luipaard
  5. De moeflon
  6. Twijfelende dorpelingen
  7. Drie poten
  8. Het Perzisch luipaard op beeld
  9. Jagers op de film
  10. Twee bed and breakfasts
  11. Fourwheeldrive
  12. Credits
  13. De nacht valt in de Refuge

Het Perzisch luipaard is terug in Armenië

Wat doe je als niemand zich om de natuur in je thuisland bekommert? Een privé-natuurreservaat starten, natuurlijk.

Het Perzisch luipaard is terug in Armenië
Wat doe je als niemand zich om de natuur in je thuisland bekommert? Een privé-natuurreservaat starten, natuurlijk.

“Pas op voor de slangen als je hier rondloopt. Het is hoogseizoen en ze zijn zeer giftig”,  zegt gids Ruben Khachatryan als we het Caucasus Wildlife Refuge in het zuiden van Armenië inrijden. “Hoe giftig?”, vraag ik. “Nou ja... als je gebeten wordt, moet je niet in paniek raken”, zegt hij, “maar proberen te genieten van je laatste uren.”

De Caucasus Wildlife Refuge is een natuurpark met zo weinig mogelijk menselijke inmenging. Er zijn geen officiële wandelpaden of wegen. Je kunt wel een aantal routes rijden door het gebied, maar alleen met een stevige fourwheeldrive.

Op dat moment beslis ik dat ik de jeep waarmee we net recht de berg oprijden niet meer uitstap. Maar dat blijkt een voornemen dat ik niet kan volhouden. De omgeving is zo adembenemend mooi, de kruidige geur van de dertig soorten tijm die er bloeien zo sterk, de stilte zo intens, dat ik me over mijn nieuwgeboren slangenangst heen zet om de natuur volledig in me op te nemen.

Die natuur moet beschermd worden. Tegen herders die er hun schapen laten grazen. Of tegen jagers die er voor hun plezier zeldzame dieren doodschieten. Dat beschermen doet Khachatryan als directeur van de lokale ngo Foundation for the Protection of Wildlife and Culture (FPWC), op meerdere manieren. Door educatieprojecten en natuurdocumentaires te maken. En sinds een aantal jaar ook door een stuk land te pachten van twee nabijgelegen dorpen en het gebied te beheren als natuurpark: het Caucasus Wildlife Refuge.

“Pas op voor de slangen als je hier rondloopt. Het is hoogseizoen en ze zijn zeer giftig”,  zegt gids Ruben Khachatryan als we het Caucasus Wildlife Refuge in het zuiden van Armenië inrijden. “Hoe giftig?”, vraag ik. “Nou ja... als je gebeten wordt, moet je niet in paniek raken”, zegt hij, “maar proberen te genieten van je laatste uren.”

De Caucasus Wildlife Refuge is een natuurpark met zo weinig mogelijk menselijke inmenging. Er zijn geen officiële wandelpaden of wegen. Je kunt wel een aantal routes rijden door het gebied, maar alleen met een stevige fourwheeldrive.

Op dat moment beslis ik dat ik de jeep waarmee we net recht de berg oprijden niet meer uitstap. Maar dat blijkt een voornemen dat ik niet kan volhouden. De omgeving is zo adembenemend mooi, de kruidige geur van de dertig soorten tijm die er bloeien zo sterk, de stilte zo intens, dat ik me over mijn nieuwgeboren slangenangst heen zet om de natuur volledig in me op te nemen.

Die natuur moet beschermd worden. Tegen herders die er hun schapen laten grazen. Of tegen jagers die er voor hun plezier zeldzame dieren doodschieten. Dat beschermen doet Khachatryan als directeur van de lokale ngo Foundation for the Protection of Wildlife and Culture (FPWC), op meerdere manieren. Door educatieprojecten en natuurdocumentaires te maken. En sinds een aantal jaar ook door een stuk land te pachten van twee nabijgelegen dorpen en het gebied te beheren als natuurpark: het Caucasus Wildlife Refuge.

“Pas op voor de slangen als je hier rondloopt. Het is hoogseizoen en ze zijn zeer giftig”,  zegt gids Ruben Khachatryan als we het Caucasus Wildlife Refuge in het zuiden van Armenië inrijden. “Hoe giftig?”, vraag ik. “Nou ja... als je gebeten wordt, moet je niet in paniek raken”, zegt hij, “maar proberen te genieten van je laatste uren.”

De Caucasus Wildlife Refuge is een natuurpark met zo weinig mogelijk menselijke inmenging. Er zijn geen officiële wandelpaden of wegen. Je kunt wel een aantal routes rijden door het gebied, maar alleen met een stevige fourwheeldrive.

Op dat moment beslis ik dat ik de jeep waarmee we net recht de berg oprijden niet meer uitstap. Maar dat blijkt een voornemen dat ik niet kan volhouden. De omgeving is zo adembenemend mooi, de kruidige geur van de dertig soorten tijm die er bloeien zo sterk, de stilte zo intens, dat ik me over mijn nieuwgeboren slangenangst heen zet om de natuur volledig in me op te nemen.

Die natuur moet beschermd worden. Tegen herders die er hun schapen laten grazen. Of tegen jagers die er voor hun plezier zeldzame dieren doodschieten. Dat beschermen doet Khachatryan als directeur van de lokale ngo Foundation for the Protection of Wildlife and Culture (FPWC), op meerdere manieren. Door educatieprojecten en natuurdocumentaires te maken. En sinds een aantal jaar ook door een stuk land te pachten van twee nabijgelegen dorpen en het gebied te beheren als natuurpark: het Caucasus Wildlife Refuge.

“Pas op voor de slangen als je hier rondloopt. Het is hoogseizoen en ze zijn zeer giftig”,  zegt gids Ruben Khachatryan als we het Caucasus Wildlife Refuge in het zuiden van Armenië inrijden. “Hoe giftig?”, vraag ik. “Nou ja... als je gebeten wordt, moet je niet in paniek raken”, zegt hij, “maar proberen te genieten van je laatste uren.”

De Caucasus Wildlife Refuge is een natuurpark met zo weinig mogelijk menselijke inmenging. Er zijn geen officiële wandelpaden of wegen. Je kunt wel een aantal routes rijden door het gebied, maar alleen met een stevige fourwheeldrive.

Op dat moment beslis ik dat ik de jeep waarmee we net recht de berg oprijden niet meer uitstap. Maar dat blijkt een voornemen dat ik niet kan volhouden. De omgeving is zo adembenemend mooi, de kruidige geur van de dertig soorten tijm die er bloeien zo sterk, de stilte zo intens, dat ik me over mijn nieuwgeboren slangenangst heen zet om de natuur volledig in me op te nemen.

Die natuur moet beschermd worden. Tegen herders die er hun schapen laten grazen. Of tegen jagers die er voor hun plezier zeldzame dieren doodschieten. Dat beschermen doet Khachatryan als directeur van de lokale ngo Foundation for the Protection of Wildlife and Culture (FPWC), op meerdere manieren. Door educatieprojecten en natuurdocumentaires te maken. En sinds een aantal jaar ook door een stuk land te pachten van twee nabijgelegen dorpen en het gebied te beheren als natuurpark: het Caucasus Wildlife Refuge.

Abrikozenwodka van het huis

Het is acht uur vliegen van Amsterdam naar Jerevan, de hoofdstad van Armenië, waar 2 van de 3 miljoen inwoners van het land wonen. Bij aankomst worden we welkom geheten door Manuk Manukyan, op typisch Armeense wijze: met een knuffel en de belofte dat we snel gaan eten. Niet lang daarna zitten we aan tafel en worden de barbecueschotels en de door het restaurant zelf gestookte abrikozenwodka besteld. Vele toosts volgen. Het is dineren op z'n Armeens.

Al snel komt het gesprek op de reden dat we in het land zijn: vanwege het werk van Khachatryan en Manukyan om de bijzondere Armeense natuur te beschermen met een privaat natuurpark. Er zijn wel natuurparken in het land die onder staatstoezicht staan, maar de afgelopen jaren hebben Armeense media en milieu-activisten laten zien dat illegaal jagen in deze beschermde gebieden nog altijd plaatsvindt. En buiten de beschermde gebieden houdt niets de lokale bevolking tegen te jagen op zeldzame dieren. "Het is een soort cultureel erfgoed, een traditie," legt Khachatryan uit. "Ik heb op zich niets tegen jagen, maar je moet wel weten waar je mee bezig bent. Door de manier waarop het nu gebeurt, roeien we zeldzame dier- en plantensoorten uit."

Op zoek naar het luipaard

FPWC-directeur Ruben Khachatryan heeft een verleden als kunstenaar. Hij besloot eind jaren '90 een zeven minuten durende film over paarden te maken, om te laten zien hoe het gesteld was met de natuur en de wilde dieren in zijn thuisland Armenië. Die film werd op Europese filmfestivals getoond, en kwam ook bij de Armeense minister voor Natuur terecht. Die stelde daarop geld beschikbaar om het leven van paarden te verbeteren. “Toen realiseerde ik me”, vertelt Khachatryan, “dat film een sterke manier is om te laten zien wat er met onze natuur gebeurt.”

Ruben Khachatryan's jarenlange inzet voor de bescherming van Armeense natuur begon met een documentaire die hij in 1999 maakte over paarden.

Hij zocht een oude vriend op, zoöloog Hrach Ghazaryan. Die kende ook weer iemand, Manuk Manukyan, en met z’n drieën begonnen ze natuurfilms onder de noemer “Sunchild TV” te produceren. Tijdens het maken van al die films, en de zoektocht naar het mysterieuze Perzische luipaard dat met uitsterven bedreigd werd (en wordt), ontstond bij de drie mannen het idee dat ze meer moesten doen. In 2002 werd de Foundation for the Preservation of Wildlife and Cultural Assets (FPWC) opgericht, die naast de natuurfilms ook ecoclubs startte, om kinderen te vertellen over het belang van natuur en wilde dieren. “Maar we dachten ook steeds vaker: waarom zouden we niet een stuk land kopen, en dan in plaats van er koeien op te laten lopen, het als een natuurgebied te gaan beschermen?”, zegt Khachatryan. “Dat was een gek idee, natuurlijk.” Een privéreservaat bestond in de hele Kaukasus nog niet.

Toch is het precies wat de drie mannen gedaan hebben. Bij toeval leerden ze het programma Small Grants for the Purchases of Nature (SPN) van IUCN NL kennen, en in 2010 deden ze een subsidieaanvraag. Met het in 2011 toegekende bedrag konden ze een stuk land van twee dorpen nabij het Khosrov National Park in het zuiden van Armenië pachten.

De moeflon is een inheems schaap in Armenië dat dreigde te verdwijnen uit het landschap. In de Caucasus Wildlife Refuge van de FPWC komt sinds enkele jaren weer een aantal voor.

Twijfelende dorpelingen

In 2011 kreeg FPWC genoeg geld van IUCN NL om 839 hectare land te pachten van de dorpsbewoners van Urtsadzor en Lanjanist. De keuze voor dat stuk land was  strategisch: het vormt een corridor tussen het Khosrov National Park, dat onder staatstoezicht staat maar waar vrijelijk gejaagd en gestroopt wordt, en andere natuurgebieden. Bovendien kwam opzichter Manukyan zelf uit Urtsadzor, dus kon hij gemakkelijk bemiddelen bij het leasen van het land. “In het begin was het wel moeilijk”, zegt hij. “Het was een nieuw idee, we zijn het enige privéreservaat in de Kaukasus. De dorpsbewoners hadden twijfels of die internationale donoren wel te vertrouwen waren.” Uiteindelijk kreeg hij de burgemeester van het dorp, Rafik Andrasyan, aan zijn kant, en kon het Caucasus Wildlife Refuge van start.

De Refuge is inmiddels zo’n 5000 hectare groot. Na IUCN NL kreeg FPWC ook financiële steun van de Britse World Land Trust (WLT), dat meerjarige ondersteuning geeft.

IUCN NL geeft alleen op projectbasis steun, en formeel is de relatie in 2013 gestopt. “Maar we zijn nog altijd zeer betrokken”, zegt Marc Hoogeslag, beheerder van het SPN-programma van IUCN NL.

Dat is duidelijk te zien aan de manier waarop de betrokkenen met hem omgaan. Khachatryan laat geen maaltijd voorbij gaan zonder te toosten op Hoogeslag en hem te bedanken voor zijn inzet, en Manukyan noemt hem steevast 'Marc-djan', vrij vertaald 'lieve Marc.'

De groene vlakken zijn de Caucasus Wildlife Refuge, de stukken land die FPWC huurt en beschermt. Ten noorden van het gebied ligt het Khosrov National Park.

Drie poten

De dorpsbewoners zijn inmiddels bijgedraaid, zegt Manukyan. “Nu begrijpen ze het. Ze kunnen met eigen ogen zien hoe het gebied is veranderd de afgelopen vier jaar. Er zijn weer bezoargeiten, er zijn weer beren en wilde zwijnen. En er zijn zoveel meer planten en bloemen dan vier jaar terug.” En vorig jaar is het Perzisch luipaard, waar Khachatryan, Ghazaryan en Manukyan al zo lang naar op zoek waren, vastgelegd op een van de wildcamera’s die in de Refuge hangen. “We wisten dat-ie er zat”, zegt Manukyan, “want we hadden al pootafdrukken en uitwerpselen gevonden. Maar nu hebben we ook bewijs. Dat vinden de donoren leuk. En wij natuurlijk ook.”

Uit de camerabeelden (zie onder) bleek dat het dier maar drie poten heeft. Er gingen stemmen op om het dier uit zijn lijden te verlossen en af te maken. "Daar wilde ik niets van weten," zegt Manukyan, "ik vond hem sterk genoeg om zichzelf te redden. En dat bleek te kloppen: hij doet het goed."

Jagers op de film

De dorpsbewoners jagen inmiddels niet meer op de wilde dieren in de Refuge. Maar tijdens onze tocht door het gebied komen we verschillende herders tegen, die er moeite mee hebben dat ze hun vee niet meer overal mogen laten grazen. Op zulke momenten is de aanwezigheid van opzichter Manukyan belangrijk. Hij kent alle herders persoonlijk, want hij komt uit hetzelfde dorp als zij. Hij maakt een praatje en legt ze nogmaals het belang van het beschermen van de natuur uit.

Herders laten hun schapen grazen buiten de geleasede gebieden van FPWC. Elke dag worden de dieren gemolken. Van de melk wordt een zoute, rauwmelkse kaas gemaakt die in de dorpen en steden wordt verkocht.

Dat belang zien de herders nu ook met eigen ogen. "Er zijn weer meer patrijzen", zegt een van hen. Maar op de vraag of de Refuge moet uitbreiden om zo meer natuur te beschermen, antwoordt hij resoluut: "Nee. Waar moet ik dan werken? Bovendien kennen we jullie. En zolang jullie hier zijn, weten we dat de schapen mogen blijven. Maar wat als er nieuwe 'milieu-activisten' komen?"

Er hangen nu een stuk of tien camera’s in de Refuge om opnamen te maken van de wilde dieren. De rangers verplaatsen ze elk seizoen naar waar ze denken dat de dieren zitten. Maar de dorpsbewoners weten niet waar de camera’s opgehangen worden, waardoor ze het risico lopen om gefilmd te worden als ze op dieren gaan jagen. Het is een effectieve manier om recreatief jagen door dorpsbewoners tegen te gaan.

Twee bed and breakfasts

Urtsadzor is een arm dorpje waar zo’n 3000 mensen wonen. Er is nauwelijks elektriciteit, de meeste huizen hebben geen wc. Veel bewoners hebben geen opleiding gehad en voorzien in hun eigen levensonderhoud door een moestuintje en een paar dieren te houden. Het stuk land dat de gemeente verpacht aan FPWC levert hen de komende decennia geld op, maar de overeenkomst biedt meer voordelen. FPWC leidt rangers op om de Refuge te beschermen. Tot nu toe zijn het er drie, van wie er één een paar woordjes Engels kent en die kan lezen en schrijven in zijn moedertaal. Manukyan heeft de rangers persoonlijk geselecteerd en getraind en hij is druk bezig er meer op te leiden, nu de Refuge met hulp van het Britse WLT flink is uitgebreid. Ook staat er alweer een nieuw stuk land op de nominatie. Burgemeester Andrasyan biedt een bergpas aan die vlak tegen het Khosrovpark ligt en die volgens directeur Khachatryan een belangrijke corridorfunctie voor groepen dieren kan hebben.

In het dorp Urtsadzor worden daarnaast twee bed and breakfasts geopend. De eigenaressen  krijgen training en Engelse les. Vol trots laten de vrouwen zien dat er riolering en binnenshuis wc's worden aangelegd. Een unicum in het dorp, maar noodzakelijk volgens Khachatryan. “Anders krijg je hier echt geen toeristen naartoe.” De vrouwen hopen met het openstellen van hun huizen extra inkomsten te verwerven. Beiden zijn weduwe en leven van een schamele overheidsuitkering, waarvan ze nauwelijks rondkomen.

De bed and breakfasts zijn deel van de plannen van FPWC om ecotoerisme te stimuleren. “Dat is goed voor de natuur en voor Armenië”, zegt directeur Khachatryan. Midden in de Refuge is met hulp van internationale donoren een ecolodge gebouwd en de FPWC organiseert wandel-, fiets- en paardrijtochten door het park. Tijdens het zoveelste uitgebreide diner denkt Khachatryan terug aan de weg die hij heeft afgelegd om hier te komen. “Tien jaar geleden hadden we niets”, zegt hij aangedaan. “En nu hebben we het park, de ecoclubs, het toerisme.” En weer volop dieren. Beren, geiten, het moeflonschaap, allerlei soorten roofvogels, om nog maar te zwijgen van de vele soorten insecten en fauna.

En slangen natuurlijk. 

Credits

Foto: PanPhoto Karo Sahakyan
Tekst en uitvoering: Eva Schram
OneWorld bracht in mei 2014 op uitnodiging van IUCN NL een bezoek aan de Caucasus Wildlife Refuge in Armenië.